Een klein verhaal  

 WALDO, een prehistorisch verhaal
door P. Callebert, tekeningen door K. Smeets

* Klik op een plaatje voor een uitvergroting
Deel 2 - Waldo terug volgende
"De boeren van Rooy en Schaik hebben de laatste manen erg veel last van veeroof", begint Hars zijn verslag van de volksvergadering van Ussen, waar hij als gast naast de priesteres Fraya mocht zitten. De vele wilde verhalen over veeroof waren in Ussen hét onderwerp van gesprek geweest. Hij spreekt traag, plechtig bijna, terwijl hij in het vuur staart: "Bijna elke nacht wordt er iemand bestolen. Het lijkt op een kwade geest. Eerst doodt hij de honden, want je hoort nooit geblaf, dan opent hij stil de staldeuren en verdwijnt met een kalf, een lam of enkele ganzen. De boer hoort niets en de kwade geest laat alleen voetsporen na, die men de volgende dag kan volgen. Het zijn diepe voetafdrukken van een zwaar persoon en sporen van een hond. Een boer, die 's nachts had gewaakt, werd toch beroofd en had niets gemerkt. Vreemd!" Hars houdt even op, alsof hij moet nadenken hoe hij verder kan vertellen.
Waldo - de volksvergadering van Ussen (klik voor een uitvergroting)
Hars legt omzichtig een groot blok hout op het vuur, dat donkere schimmen op de lemen wanden tovert. Iedereen is stil, zodat men Dago hoort klappertanden. They trekt hem dichter tegen zich aan. Hars vervolgt: "Fraya denkt dat het een man met een grote hond zal zijn. Op de vergadering durfde niemand zijn naam uit te spreken uit vrees voor zijn kwade geest, maar in die bossen woont maar één man en hij heeft een grote bastaardhond." "Waldo!", roept Arnt, terwijl hij opspringt, "Onmogelijk! Hij mag dan wel vreemd zijn, hij is geen dief." "Kalm", sust They, die ziet dat Hars nog niet uitgesproken is. "En.....?" vraagt hij. Hars tuurt in de vlammen en zegt uiteindelijk: "Ze hebben hem dagenlang gezocht. De herder van Schaik is verdwenen." In de Evershamse boerderij wordt het stil. Iedereen denkt aan de man die hen zoveel jaren heeft geholpen met de kudde; de man die Arnt jarenlang heeft verzorgd en de hele groep tijdens de watersnood terzijde heeft gestaan."Ik wilde het ook niet geloven", vervolgt Hars weer, "Fraya kent een oud pad door het bos. Het pad loopt naar de Rooyse heide. We hebben het gevolgd tot aan Waldo's schuur. Er was niemand. De schuur was leeg. Langs grote omwegen kwamen we op de Schaikse heide. In zijn tweede schuur vonden we gerookt vlees op zolder.
Waldo - De pijl stak vlak voor Fraya's voeten (klik voor een uitvergroting) Het houtskool in de kachel leek niet oud, er was hout aangevoerd en vooral: er lagen resten van een kalf.......Waldo houdt geen koeien." Weer is het stil rond het vuur. Het verhaal wordt steeds akeliger. Arnt zit diep weggezakt. Hij huilt stilletjes bij die duidelijke beschuldigingen. Hars gaat verder: "Verscheidene beenderen waren afgekloven en gebroken door een grote hond. Zijn tanden stonden in het bot. Toen we dat zagen, fronste zelfs Fraya haar wenkbrauwen. Ze zei me, "We moeten Waldo vinden. Kom mee." Even is Hars stil en hij kijkt bemoedigend naar Arnt. "Fraya kent een weg in de Peel, diep in het gebied van Reek, waar het zeeland onderbroken wordt door een zandgebiedje, dat de Koude Berg genoemd wordt. Bijna niemand kent dat pad, waar elke misstap je je leven kan kosten als niemand je komt helpen. We hebben het pad in de vroege avond genomen. Ik volgde Fraya op de voet. Daar stond hij. Hij zag ons van verre aankomen. De honden blaften aan de rand van het
pad. Hij leunde tegen een wilg en droeg pijl en boog. Nog vóór wij iets hadden gezegd, richtte hij en schoot. De pijl stak vlak voor Fraya's voeten. Meteen een tweede pijl. We riepen wie we waren en dat we vrede brachten. We vroegen om dichterbij te mogen komen. Hij riep terug: "Verdwijn!" Toen Fraya nog een stap naderde, schoot hij een derde maal en riep: "De volgende is raak." De grommende bastaardhond bleef naast hem staan. Even bleven we nog staan. Fraya stak nog haar handen uit als teken van vrede. Hij legde aan en hield de boog strak. We zijn teruggegaan, het was donker toen we uit de Peel kwamen. Fraya zei: "De boeren van Ussen zullen wellicht een groep naar de heide sturen om Waldo te pakken."
"Wat vreselijk", zucht Arnt, "dat kan Waldo niet zijn." Verslagen zit hij erbij als Hars fluisterend verder gaat: "Er klopt iets niet, vinden wij. Ik dacht-...", even aarzelt hij, "misschien schiet hij niet op Arnt". Vol verwachting springt Arnt op: "We gaan meteen."
 
Waldo - Wie is Waldo? (klik voor een uitvergroting)